ECLI:NL:CRVB:2016:2194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig en gemotiveerd besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante had een WAO-uitkering die het UWV op 31 juli 2013 introk omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Het UWV stelde dat zij geschikt was voor diverse functies zoals productiemedewerker industrie en snackbereider. Appellante meldde zich ziek met klachten na een aanrijding en ontving op dat moment een WW-uitkering.
Na een medisch onderzoek door een verzekeringsarts werd vastgesteld dat appellante per 9 januari 2014 geen recht meer had op ziekengeld. Het bezwaar van appellante tegen dit besluit werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat het besluit zorgvuldig was genomen en goed gemotiveerd, mede omdat appellante geen nieuwe medische informatie had overgelegd.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen over haar lichamelijke en psychische beperkingen en verzocht om een onafhankelijke deskundige. De Raad concludeerde echter dat het UWV-advies en de rechtbankuitspraak terecht waren en dat appellante geen nieuwe gegevens had ingebracht die twijfel konden doen ontstaan. Het verzoek om een nieuwe expertise werd afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzitter A.T. de Kwaasteniet op 1 juni 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd.