ECLI:NL:CRVB:2016:213
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling aanvraag bijstand wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellant diende op 10 juni 2013 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college verzocht appellant meerdere malen om aanvullende gegevens, waaronder bankafschriften en salarisstroken, met de waarschuwing dat het niet verstrekken van deze gegevens tot buiten behandeling stelling van de aanvraag zou kunnen leiden.
Appellant leverde de gevraagde bankafschriften tijdig aan, maar verstrekte niet alle aanvullende gegevens binnen de hersteltermijn. Het college stelde daarom de aanvraag op 18 juli 2013 buiten behandeling en vorderde het eerder toegekende voorschot terug. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen het buiten behandeling stellen van de aanvraag ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij door een psychische stoornis niet in staat was tijdig de gevraagde gegevens te overleggen en dat hij impliciet uitstel had gevraagd. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij door zijn psychische gesteldheid niet tijdig kon voldoen en dat het college terecht geen uitstel had verleend.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om bijstand blijft buiten behandeling wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens.