ECLI:NL:CRVB:2016:2117
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit militaire medische verklaring wegens onvoldoende motivering ontheffing
Appellant, werkzaam bij het ministerie van Defensie, onderging medische keuringen na een hartoperatie en kreeg een militaire medische verklaring met restricties opgelegd. Hij maakte bezwaar tegen deze restricties, stellende dat hij een sterk hart heeft en een dispensatie mogelijk moet zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de regelgeving geen ruimte biedt voor uitzonderingen.
In hoger beroep stelde appellant dat de minister had moeten onderzoeken of ontheffing op grond van artikel 10.1, derde lid, van de Wet luchtvaart mogelijk was. De Raad oordeelde dat de minister dit naliet, waardoor het besluit niet deugdelijke motivering bevat en vernietigd moet worden. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing waarbij de minister de medische omstandigheden moet betrekken.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de redelijke termijn van de procedure is overschreden en veroordeelde de minister tot betaling van een schadevergoeding van €500,-. Ook werden de proceskosten van appellant toegewezen. De Raad bepaalt dat beroep tegen de nieuwe beslissing alleen bij de Raad kan worden ingesteld.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de minister moet een nieuwe beslissing nemen waarbij medische omstandigheden worden betrokken; tevens wordt een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.