ECLI:NL:CRVB:2016:2036
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag WUBO-uitkering wegens ontbreken blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1945 in het toenmalig Nederlands-Indië, vroeg in mei 2012 een WUBO-uitkering aan wegens erkenning als burger-oorlogsslachtoffer met blijvende invaliditeit.
De aanvraag werd bij besluit van 27 december 2013 en na bezwaar bij besluit van 18 december 2014 afgewezen omdat geen blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld werd vastgesteld. Verweerder baseerde zich op medische adviezen van geneeskundig adviseurs die geen oorzakelijk verband zagen tussen de klachten van appellant en oorlogsgeweld.
Appellant voerde in bezwaar en beroep onder meer psychische klachten aan en overhandigde rapporten van een cardioloog, psychiater en psycholoog. De Raad liet deze rapporten beoordelen door geneeskundig adviseurs die bevestigden dat de klachten mild zijn en niet leiden tot functionele beperkingen.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit zorgvuldig is voorbereid en voldoende gemotiveerd. Er zijn geen aanwijzingen dat appellant blijvend invalide is door oorlogsgeweld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WUBO-uitkering gehandhaafd wegens ontbreken van blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld.