ECLI:NL:CRVB:2016:199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht zonder dringende redenen
Appellante ontving bijstand van januari tot augustus 2013. Uit onderzoek bleek dat zij vanaf 24 juli 2013 niet meer in de gemeente Leiden woonde, maar dit niet had gemeld, waardoor zij de inlichtingenplicht schond. Het college trok de bijstand over de periode 24 juli tot 31 augustus 2013 in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante erkende de schending van de inlichtingenplicht, maar stelde dat zij vanwege bijzondere omstandigheden, namelijk huiselijk geweld en tijdelijke dakloosheid, recht had op bijstand en dat intrekking en terugvordering onredelijk waren.
De Raad oordeelde dat het college op grond van de WWB verplicht was de bijstand in te trekken en terug te vorderen bij schending van de inlichtingenplicht. Er was geen ruimte om op grond van bijzondere omstandigheden hiervan af te wijken. Dringende redenen voor terugvorderingontheffing, zoals onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen, waren niet aannemelijk gemaakt. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht zonder aannemelijke dringende redenen.