ECLI:NL:CRVB:2016:1926

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 mei 2016
Publicatiedatum
25 mei 2016
Zaaknummer
14/5373 WWB-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Naar aanleiding van het verzetschrift heeft de Centrale Raad van Beroep appellant nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te voldoen.

Appellant heeft echter geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid en heeft ook geen beroep gedaan op betalingsonmacht binnen de gestelde termijn. Hierdoor is het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet.

De uitspraak bevestigt het belang van tijdige betaling van griffierechten en het ontbreken van een beroep op betalingsonmacht leidt tot handhaving van de niet-ontvankelijkverklaring. De procedure is daarmee definitief afgesloten.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 10 mei 2016
14/5373 WWB -V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 11 september 2014, 14/1032 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Zwolle (college)
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: N. Talhaoui
Ter zitting is verschenen: A. Guliker, gemachtigde van het college

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 10 maart 2015 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
Naar aanleiding van het verzetschrift heeft de Raad appellant opnieuw in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen
.Van deze gelegenheid heeft appellant geen gebruik gemaakt. Ook heeft hij binnen de betalingstermijn geen beroep op betalingsonmacht gedaan.
In deze omstandigheden moet het verzet ongegrond worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) N. Talhaoui (getekend) T.G.M. Simons

MO