ECLI:NL:CRVB:2016:1803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens gezamenlijke huishouding ondanks betwisting wederzijdse zorg
Appellant diende op 23 december 2013 een aanvraag in voor bijstand als alleenstaande, terwijl hij woonde bij een ander persoon op hetzelfde adres. De gemeente Amstelveen voerde een onderzoek uit, inclusief gesprekken en een onaangekondigd huisbezoek, en concludeerde dat appellant een gezamenlijke huishouding voert met de medebewoner.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat geen sprake was van wederzijdse zorg en dat hij slechts een kamer huurde. De Centrale Raad van Beroep beoordeelde de objectieve criteria voor gezamenlijke huishouding, waarbij wederzijdse zorg centraal staat.
Uit het onderzoek bleek dat appellant en de medebewoner regelmatig samen aten, kleding en huishoudelijke taken deelden, en dat er sprake was van een mate van financiële en sociale verwevenheid die verder gaat dan een zakelijke relatie. Het ontbreken van een huurovereenkomst en bewijs van huurbetaling versterkte dit oordeel.
De Raad concludeerde dat appellant en de medebewoner een gezamenlijke huishouding voerden in de relevante periode, waardoor het hoger beroep werd afgewezen. Tevens werd het verzoek tot schadevergoeding tegen het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt afgewezen omdat appellant een gezamenlijke huishouding voert met een ander.