ECLI:NL:CRVB:2016:1702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig medisch onderzoek UWV bij WIA-uitkering
Appellant, laatst werkzaam als productiemedewerker, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving aanvankelijk een WGA-uitkering op grond van de Wet WIA. Na een medisch heronderzoek en psychiatrische expertise door Van Laarhoven werd vastgesteld dat appellant psychisch verminderd belastbaar is, maar niet in de mate die rechtvaardigt dat hij een WIA-uitkering behoudt.
Het UWV besloot de uitkering te beëindigen wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar en stelde dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat de diagnose van Van Laarhoven door vooringenomenheid was beïnvloed. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen waren voor een ernstige psychiatrische stoornis.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de deskundige onvoldoende tijd had genomen en dat zijn behandelaar Kaya, die Turks spreekt, een ernstiger beeld schetste. De Raad stelde vast dat Van Laarhoven met behulp van een beëdigd tolk een gedegen onderzoek had verricht en zijn conclusies logisch en helder had gemotiveerd.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat er geen reden was het medisch oordeel van het UWV te betwijfelen en dat appellant in staat was de voor hem geselecteerde functies te verrichten. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en wijst het hoger beroep af.