ECLI:NL:CRVB:2016:1676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oordeel UWV over belastbaarheid en arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering
Appellante, voormalig verkoopmedewerker, werd per 28 januari 2012 in aanmerking gebracht voor een loongerelateerde WGA-uitkering en later een loonaanvullingsuitkering. Het UWV voerde een herbeoordeling uit waarbij een verzekeringsarts beperkingen vaststelde die zijn verwerkt in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van december 2013. Op basis hiervan stelde het UWV vast dat appellante vanaf 17 maart 2014 volledig belastbaar was en geen uitkering meer ontving. Het bezwaar van appellante werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch oordeel van het UWV juist was, mede omdat klachten na de datum in geding mogelijk waren verergerd. De rechtbank nam daarbij verklaringen van de reumatoloog mee, waarbij de verklaring van 30 maart 2014 het meest relevant was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de rechtbank ten onrechte het oudere rapport van 30 maart 2014 zwaarder had laten wegen dan het recentere rapport van 18 juli 2014, en dat de verzekeringsarts geen kennis had genomen van de latere rapporten. De Raad volgde echter het oordeel van de rechtbank en het UWV, oordeelde dat het medisch oordeel zorgvuldig was onderbouwd en dat de arbeidskundige beoordeling juist was. De ingebrachte aanvullende medische informatie maakte het oordeel niet anders.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV wordt bevestigd dat appellante per 17 maart 2014 volledig belastbaar was.