ECLI:NL:CRVB:2016:1622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding bij ANW-uitkering
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarin haar recht op een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) werd afgewezen. Na een ongegrondverklaring van het bezwaar door de Svb, stelde appellante beroep in bij de rechtbank, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
De rechtbank oordeelde dat de Svb aannemelijk had gemaakt dat het besluit op correcte wijze aan appellante was bekendgemaakt en dat appellante geen geloofwaardige reden had gegeven voor de late indiening van het beroep. Appellante stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep, die eveneens oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en het beroep daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. De beslissing werd genomen door rechter T.L. de Vries en uitgesproken op 4 mei 2016.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.