Uitspraak
OVERWEGINGEN
IOAZ
BESLISSING
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 4 november 2013;
- veroordeelt het college in de kosten van appellanten tot een bedrag van € 1.984,-;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds 1992 zelfstandig ondernemer en heeft tot oktober 2010 bedrijfsactiviteiten verricht, waaronder een periode van economische terugval tussen mei 2009 en oktober 2010. Op 14 november 2012 diende appellant een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).
Het college wees de aanvraag af omdat appellant volgens een advies niet onafgebroken rechtmatig een bedrijf had uitgeoefend gedurende de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag. De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep stelde appellant dat hij wel degelijk bedrijfsactiviteiten verrichtte, gericht op het verkrijgen van opdrachten, ondanks het ontbreken van omzet in die periode.
De Raad oordeelde dat activiteiten gericht op het verkrijgen van opdrachten deel uitmaken van normale bedrijfsuitoefening en dat appellant aannemelijk heeft gemaakt dat hij onafgebroken rechtmatig een bedrijf heeft uitgeoefend. De afwijzing berustte daarmee op een ontoereikende grondslag. De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op een nieuw besluit te nemen, waarbij ook de overige voorwaarden voor toekenning van de IOAZ-uitkering moeten worden beoordeeld.
De Raad veroordeelde het college tevens in de proceskosten en bepaalde dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Raad mogelijk is. De beroepsgronden over de Bbz-uitkering werden niet inhoudelijk behandeld omdat deze uitkering een andere doelstelling heeft dan de IOAZ-uitkering.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de IOAZ-aanvraag wordt vernietigd met opdracht tot nieuw besluit.