ECLI:NL:CRVB:2016:1257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verblijf buitenland langer dan toegestaan
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een melding dat appellant grote delen van het jaar in Marokko verbleef, stelde het college een onderzoek in. Het college schortte de bijstand op en trok deze later in, gevolgd door terugvorderingen wegens verblijf in het buitenland langer dan de toegestane vier weken.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor de intrekking per 28 januari 2014, maar ongegrond voor de terugvorderingen over de periode van 29 april tot 7 juli 2013. Appellanten gingen in hoger beroep tegen dit laatste oordeel en voerden aan dat appellant erop mocht vertrouwen dat hij dertien weken in het buitenland mocht verblijven vanwege een eerdere toestemming in 2010.
De Raad oordeelt dat appellant de maximale termijn van vier weken overschreed en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de eerdere toestemming was gebaseerd op een toen geldende wetsbepaling die inmiddels was gewijzigd. Ook een vermeende doktersverklaring werd niet aannemelijk gemaakt. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens verblijf in het buitenland langer dan vier weken en wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af.