ECLI:NL:CRVB:2016:122
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking AIO-aanvulling wegens vermogen in onroerend goed in buitenland
Appellant ontving een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) vanwege een onvolledig ouderdomspensioen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) voerde in 2013 een onderzoek uit naar het vermogen van appellant, waarbij werd vastgesteld dat hij eigenaar was van een woning in Marokko met een waarde van circa € 83.700.
Op grond hiervan trok de Svb de AIO-aanvulling met terugwerkende kracht in vanaf 1 januari 2010 en vorderde de betaalde bedragen terug. Appellant maakte bezwaar, onder meer met het argument dat de woning deels op naam van zijn zoon stond en dat hij de woning niet kon verkopen vanwege familieomstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de woning gedurende de gehele te beoordelen periode tot het vermogen van appellant behoorde, ook al stond deze tijdelijk op naam van zijn zoon. Dit volgt uit het feit dat de zoon deel uitmaakt van het gezin en appellant kinderbijslag voor hem ontvangt.
Verder is van appellant gevergd dat hij zijn middelen aanspreekt voor levensonderhoud, ongeacht zijn wens de woning voor familie te behouden. De Raad bevestigde de waarde van de woning en concludeerde dat appellant boven de vermogensgrens beschikte, waardoor het recht op AIO-aanvulling ontbrak. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de AIO-aanvulling bevestigd.