ECLI:NL:CRVB:2015:746
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering hernieuwde vaststelling periodieke uitkering Wuv met terugwerkende kracht
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank waarin de weigering werd gehandhaafd om haar periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) met terugwerkende kracht opnieuw vast te stellen. Dit betrof een terugvordering van te veel betaalde toeslag op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW), veroorzaakt door late melding van inkomsten van de echtgenoot van appellante.
De Raad vernietigde het besluit van 1 november 2013 omdat de weigering onvoldoende was gemotiveerd. Bij het nieuwe besluit van 30 oktober 2014 handhaafde verweerder de weigering op grond van artikel 59 van Pro de Wuv, dat limitatief bepaalt in welke gevallen een hernieuwde vaststelling mogelijk is, met name bij wijzigingen in de persoonlijke levenssfeer. Het vervallen van de AOW-toeslag wordt gezien als wijziging in de hoogte van een bestaande inkomstenbron, niet als het wegvallen ervan.
De Raad oordeelt dat het standpunt van verweerder in rechte houdbaar is. Sinds 1 januari 2009 geldt een vereenvoudigd systeem waarbij de periodieke uitkering in principe niet met terugwerkende kracht wordt aangepast bij wijzigingen in bestaande inkomstenbronnen. Belanghebbenden zijn hierover voldoende geïnformeerd. Daarom verklaart de Raad het beroep tegen het besluit van 30 oktober 2014 ongegrond en veroordeelt verweerder in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 30 oktober 2014 wordt ongegrond verklaard; het beroep tegen het besluit van 1 november 2013 wordt gegrond verklaard en vernietigd.