ECLI:NL:CRVB:2015:744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.H. Bangma
- M.C.D. Embregts
- Rechtspraak.nl
Beëindiging plaatsing op WSW-wachtlijst wegens onwil tot aanvaarding dienstbetrekking
Appellant was met ingang van 24 maart 2006 om medische redenen toegelaten tot de kring van personen die in aanmerking komen voor sociale werkvoorziening (WSW). Na het verlopen van zijn WSW-indicatie werd hij op de wachtlijst geplaatst in afwachting van een geschikte arbeidsplaats. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam besloot op 18 juli 2011, gehandhaafd bij besluit van 5 april 2012, de plaatsing van appellant op de wachtlijst te beëindigen omdat uit zijn houding en gedragingen bleek dat hij niet bereid was een WSW-betrekking te aanvaarden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij wel degelijk om passende bemiddeling had gevraagd, waarbij hij een sociale werkplaats bij een regulier bedrijf op academisch niveau wenste. Hij betoogde dat Pantar, de aangewezen instantie voor wachtlijstbeheer, nagelaten had deze bemiddeling te bieden en dat het verzoek om zijn curriculum vitae en WSW-indicatie te delen onrechtmatig was vanwege privacy.
De Raad oordeelde dat de pogingen tot bemiddeling door Pantar weliswaar waren gedaan, maar steeds strandden door de hoge eisen van appellant. De Raad volgde het college in de redenering dat het verstrekken van een cv en het accepteren van een ervaringstraject noodzakelijke stappen zijn voor succesvolle bemiddeling. Het aangeboden persoonsgebonden budget werd als redelijk alternatief beschouwd. De Raad concludeerde dat zolang appellant zijn houding niet wijzigt, aanvaarding van een dienstbetrekking niet realiseerbaar is en bevestigde het bestreden besluit tot beëindiging van de wachtplaatsing.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de wachtplaatsing wegens onwil van appellant een WSW-dienstbetrekking te aanvaarden.