ECLI:NL:CRVB:2015:724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijzondere bijstand wegens schending inlichtingenverplichting door verblijf vriendin in woning
Appellant ontving bijzondere bijstand voor de vaste lasten van zijn woning gedurende zijn detentieperiode. Het college ontdekte na een tip dat zijn vriendin, H, in zijn woning verbleef, wat niet was gemeld. Het college trok de bijstand in en vorderde het bedrag terug, stellende dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het verblijf van H in de woning een omstandigheid was die binnen de risicosfeer van appellant viel en van belang was voor de bijstand. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet wist dat H permanent in zijn woning verbleef en dat zij slechts tijdelijk aanwezig was.
De Raad oordeelde dat de verklaring van H, die niet werd betwist, geloofwaardig was en dat appellant had moeten weten dat H in zijn woning verbleef. Het niet melden hiervan vormde een schending van de inlichtingenverplichting. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de bijzondere bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van bijzondere bijstand en terugvordering wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.