ECLI:NL:CRVB:2015:694
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering van AIO-aanvulling wegens overschrijding vrij te laten vermogen
Appellante ontving vanaf april 2010 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) naast haar ouderdomspensioen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) stelde bij besluit vast dat appellante beschikte over een vermogen dat de grens van het vrij te laten vermogen overschreed, waarna de AIO-aanvulling werd beëindigd en teruggevorderd over de periode april 2010 tot en met december 2012.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het saldo op een Toprekening op haar naam toebehoorde aan haar zoon en dat zij niet over deze gelden kon beschikken, mede omdat deze waren bestemd voor begrafeniskosten. De Raad oordeelde dat het feit dat de rekening op haar naam stond, de veronderstelling rechtvaardigt dat zij over het tegoed kon beschikken.
Uit bewijsstukken bleek dat appellante bedragen van de Toprekening had overgeboekt naar haar betaalrekening en ter zitting verklaarde zij de gelden te gebruiken bij onvoorziene omstandigheden. Hierdoor kon worden vastgesteld dat zij feitelijk over het tegoed kon beschikken. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de AIO-aanvulling bevestigd.