ECLI:NL:CRVB:2015:65
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens weigering medewerking huisbezoek
Appellant diende op 2 januari 2013 een aanvraag in voor bijstand bij de gemeente Amsterdam. Naar aanleiding hiervan voerde de Dienst Werk en Inkomen een onderzoek uit naar de feitelijke woonsituatie van appellant. Tijdens een gesprek op 7 januari 2013 weigerde appellant echter medewerking aan een aansluitend huisbezoek, wat noodzakelijk werd geacht om de verstrekte informatie te verifiëren.
Het college wees de aanvraag af op 9 januari 2013 wegens het ontbreken van medewerking, en verklaarde het bezwaar hiertegen ongegrond bij besluit van 21 februari 2013. De rechtbank Amsterdam bevestigde deze afwijzing, waarna appellant in hoger beroep ging. Hij stelde dat hij wel medewerking wilde verlenen, maar het huisbezoek op een ander tijdstip wilde laten plaatsvinden vanwege andere verplichtingen.
De Raad oordeelde dat het huisbezoek een redelijke en noodzakelijke controlemaatregel was en dat appellant geen zwaarwegende redenen had om het huisbezoek direct te weigeren. De door appellant aangevoerde omstandigheden werden niet als zwaarwegend erkend. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag gehandhaafd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens weigering medewerking aan een noodzakelijk huisbezoek zonder zwaarwegende reden.