Uitspraak
5 april 2013, 12/1189 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) is toegekend.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, die sinds 2007 als pakketsorteerder werkte en sinds 2010 een WGA-uitkering ontving wegens arbeidsongeschiktheid, kreeg deze uitkering in 2011 ingetrokken door het UWV omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit vanwege onvoldoende arbeidskundige motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat appellant volgens de rechtbank de geselecteerde functies kon vervullen.
In hoger beroep betwist appellant dat zijn beperkingen juist zijn ingeschat en dat hij de geselecteerde functies kan vervullen. De Raad stelt vast dat het medisch onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig is uitgevoerd en het oordeel over beperkingen niet onjuist is. Ook is geen aanleiding voor benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De Raad constateert echter dat de arbeidsdeskundige onvoldoende heeft toegelicht waarom appellant geschikt is voor de geselecteerde functies, met name op enkele beoordelingspunten. Hierdoor is niet komen vast te staan of ten minste drie functies ten grondslag liggen aan de schatting van arbeidsongeschiktheid zoals vereist volgens het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken het gebrek in het besluit te herstellen door een nadere motivering te geven over de geschiktheid van de functies, waarbij ook de door appellant aangevoerde punten kunnen worden betrokken. Deze tussenuitspraak voorkomt een definitieve beslissing totdat het UWV dit heeft gedaan.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het gebrek in het bestreden besluit binnen zes weken te herstellen door nadere motivering van de geschiktheid van de geselecteerde functies.