ECLI:NL:CRVB:2015:602
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als office manager en meldde zich ziek met psychische en fysieke klachten. Het UWV kende haar aanvankelijk een WIA-uitkering toe, maar na herbeoordeling werd vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dus geen recht meer heeft op de uitkering.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat haar beperkingen niet verder reikten dan vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij meer beperkingen heeft dan aangenomen en dat het UWV onzorgvuldig heeft gehandeld. Deze stellingen zijn niet onderbouwd met objectiveerbare medische gegevens. Het rapport van een arts in het kader van de Ziektewet en eerdere communicatie over re-integratieverplichtingen zijn niet relevant voor de beoordeling van de WIA-arbeidsongeschiktheid.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de WIA-uitkering bevestigd.