ECLI:NL:CRVB:2015:599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant vroeg een WIA-uitkering aan na uitval wegens myelitis traversa, maar het UWV stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering. De verzekeringsarts concludeerde dat appellant beperkingen had, maar geen urenbeperking nodig was en dat geselecteerde functies medisch passend waren.
Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn lichamelijke en psychische klachten en dat een urenbeperking had moeten worden aangenomen. Hij overlegde een rapport van een andere verzekeringsarts en een re-integratiecoach die zijn belastbaarheid beperkter achtte.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het UWV de beperkingen niet had overschat en dat het medisch oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep juist en onderbouwd was. De Raad vond geen aanleiding voor het inschakelen van een deskundige of het aannemen van een urenbeperking. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.