ECLI:NL:CRVB:2015:4966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loongerelateerde WGA-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, voormalig timmerman, meldde zich ziek wegens spier-, pees- en gewrichtsklachten. Het UWV stelde bij besluit vast dat appellant recht heeft op een loongerelateerde WGA-uitkering van 76,50% voor de periode van 29 juli 2013 tot 29 september 2016. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en vorderde een IVA-uitkering, stellende dat zijn beperkingen onderschat waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De medische rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen boden een overtuigende en goed gemotiveerde onderbouwing van de beperkingen van appellant, waaronder beperkingen in lopen, staan, tillen, grijpen en gehoor.
De Raad oordeelde dat verschillen in beoordeling tussen de Wet WIA en Wet verbetering poortwachter verklaarbaar zijn door verschillende beoordelingskaders. Er was geen aanleiding om de beperkingen te herzien. De arbeidskundige rapporten toonden aan dat appellant de aan de schatting ten grondslag gelegde functies kan vervullen met inachtneming van zijn beperkingen.
Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering van 76,5%.