ECLI:NL:CRVB:2015:4950
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor passend werk
Appellante, voormalig taxichauffeur, ontving geen uitkering op grond van de Wet WIA omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Later stelde het UWV vast dat zij vanaf 24 augustus 2012 geen recht heeft op een Ziektewet-uitkering, omdat zij geschikt is voor functies met bepaalde SBC-codes. Een verzekeringsarts stelde beperkingen vast, maar achtte haar toch in staat om passend werk te verrichten.
De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige die het oordeel van de verzekeringsarts bevestigde. Appellante voerde aan dat zij geheugen-, slaap- en leverproblemen heeft, een burn-out en pijn, maar kon dit niet met nieuwe medische gegevens onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het deskundigenrapport zorgvuldig, inzichtelijk en consistent is en dat de rechtbank terecht het oordeel van de deskundige volgde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellante geen recht heeft op een Ziektewet-uitkering wordt bevestigd.