ECLI:NL:CRVB:2015:491
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een WIA-uitkering, maar het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Zowel het bezwaar als het beroep bij de rechtbank werden ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en beoordeelde of het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
De Raad concludeerde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellante correct waren weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De verzekeringsarts bezwaar en beroep had gemotiveerd aangegeven waarom de psychische klachten, waaronder een vermeende borderline persoonlijkheidsstructuur, geen aanleiding gaven tot meer beperkingen. Ook de arbeidsdeskundige had de geschiktheid van de geduide functies voldoende gemotiveerd.
De Raad wees de argumenten van appellante af, waaronder het beroep op het verzekeringsgeneeskundig protocol Borderline persoonlijkheidsstoornis, en oordeelde dat de medische stukken die appellante in hoger beroep had ingebracht niet relevant waren voor de datum van beoordeling. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.