ECLI:NL:CRVB:2015:4893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens andere oorzaak arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving vanaf 28 mei 1999 tot 10 januari 2005 een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid veroorzaakt door baarmoederhalskanker en een emotioneel instabiele persoonlijkheidsstoornis. Na intrekking van deze uitkering in 2005 meldde zij zich in 2008 ziek vanwege borstkanker en vroeg zij opnieuw een WAO-uitkering aan.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde deze uitkering omdat de toegenomen arbeidsongeschiktheid niet voortkwam uit dezelfde oorzaken als de eerdere WAO-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat er geen aanwijzingen waren voor toegenomen psychische beperkingen op de datum van ziekmelding.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische beperkingen wel voortkwamen uit dezelfde ziekteoorzaak. Zij overhandigde diverse medische rapporten ter onderbouwing. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de medische rapporten onvoldoende aantonen dat de psychische klachten op 5 juni 2008 verband hielden met de eerdere aandoeningen. De psychische reactie op de diagnose borstkanker werd gezien als een normale emotionele reactie, geen ziekte.
De Raad concludeerde dat de toegenomen arbeidsongeschiktheid niet uit dezelfde oorzaak voortkomt als de eerdere WAO-uitkering en bevestigde daarmee het besluit van het Uwv en de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat de toegenomen arbeidsongeschiktheid niet uit dezelfde oorzaak voortkomt als de eerdere uitkering.