ECLI:NL:CRVB:2015:4891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Herziening maatregel korting uitkering wegens ongeoorloofde afwezigheid bij Wajong
Appellant, geboren in 1991, heeft recht op een Wajong-uitkering sinds 2010. Een re-integratieplan werd opgesteld waarbij hij verplicht was om verzuim tijdig te melden aan een jobcoach. Het UWV legde appellant meerdere keren een korting op de uitkering op wegens ongeoorloofde afwezigheid en het niet nakomen van verplichtingen uit het re-integratieplan.
De rechtbank had een korting van 37,5% over de periode 1 mei 2013 tot en met 31 augustus 2013 bevestigd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege zijn verstandelijke beperking, traumaproblematiek en medische omstandigheden niet volledig verantwoordelijk kon worden gehouden en dat de maatregel met onterechte terugwerkende kracht was opgelegd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat appellant recidiveerde in het niet nakomen van verplichtingen. Medische rapporten van verzekeringsartsen ondersteunen dat appellant belastbaar is en verantwoordelijk kan worden gehouden. De maatregel is terecht opgelegd, maar de terugwerkende kracht vóór 1 juni 2013 is onrechtmatig. Daarom wordt het eerdere vonnis vernietigd en wordt het UWV opgedragen een nieuwe beslissing te nemen, met vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De maatregel korting op de Wajong-uitkering wordt beperkt, terugwerkende kracht vóór 1 juni 2013 geldt niet, en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen.