ECLI:NL:CRVB:2015:4890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep op WIA-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant, voormalig chauffeur/bezorger, viel in februari 2009 uit wegens nek-, rug- en armklachten. Het UWV stelde in februari 2012 vast dat hij recht had op een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van artikel 54 Wet Pro WIA, gebaseerd op een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd in augustus 2012 ongegrond verklaard na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond, omdat het onderzoek zorgvuldig was en er geen medische stukken waren die het oordeel van het UWV konden betwijfelen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij meer beperkingen had dan vastgesteld en daarom de geselecteerde voorbeeldfuncties niet kon uitvoeren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat dit een herhaling was van eerdere gronden zonder nieuwe onderbouwing of medische stukken. De Raad bevestigde dat appellant gelet op zijn functionele mogelijkheden de voorbeeldfuncties kan vervullen zonder relevant verlies aan verdienvermogen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd dat appellant geen recht heeft op een hogere WIA-uitkering.