ECLI:NL:CRVB:2015:4874
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum IVA-uitkering op 1 januari 2011 ondanks betwisting appellant
Appellant ontving een loongerelateerde WGA-uitkering vanaf 26 januari 2009 en later een WGA-vervolguitkering. Na een toename van arbeidsongeschiktheid stelde het UWV dat appellant vanaf 1 juni 2011 recht had op een WGA-loonaanvullingsuitkering. Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn arbeidsongeschiktheid al vanaf 2007 was toegenomen. Het UWV verklaarde het bezwaar gegrond en stelde de ingangsdatum van de IVA-uitkering vast op 1 januari 2011.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze datum ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de verslechtering van de hartpompfunctie pas in juni 2011 was vastgesteld en dat de datum van 1 januari 2011 arbitrair maar redelijk was vastgesteld. Appellant handhaafde in hoger beroep zijn standpunt dat de ingangsdatum eerder moest zijn.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de medische beoordeling van het UWV en de rechtbank. De Raad vond geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum vast te stellen, mede omdat de verslechtering een geleidelijk proces was en de medische gegevens geen eerdere verslechtering aantoonden. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter H. van Leeuwen op 23 december 2015.
Uitkomst: De ingangsdatum van de IVA-uitkering wordt bevestigd op 1 januari 2011 en het hoger beroep van appellant wordt afgewezen.