ECLI:NL:CRVB:2015:4822
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant ontvangt sinds 1994 een WAO-uitkering en werd in 2012 door het UWV heronderzoek onderworpen, inclusief een psychiatrisch onderzoek door psychiater Van Laarhoven. Het UWV besloot de uitkering te herzien naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%, waarop appellant bezwaar maakte dat werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellant niet waren onderschat. De rechtbank vond de motivatie van het UWV overtuigend en zag geen aanleiding om de expertise van de psychiater te betwijfelen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren over vooringenomenheid, onvolledige voorlichting aan de psychiater, onvoldoende meewegen van lichamelijke klachten en ongeschiktheid voor de functies. De Raad verwierp deze gronden, wees nieuwe medische stukken buiten beschouwing wegens te late indiening en bevestigde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
De Raad vond dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn. Er was geen reden om een onafhankelijk deskundige te benoemen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.