ECLI:NL:CRVB:2015:4809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Herstel besluit UWV over urenbeperking bij burn-out na onvoldoende motivering
Appellante, werkzaam als manager bij het UWV, viel in 2006 uit met burn-out klachten en hervatte gedeeltelijk haar werk in 2009, waarna zij opnieuw uitviel. Het UWV stelde in 2011 en 2013 haar arbeidsongeschiktheid vast, waarbij het standpunt werd ingenomen dat zij vanaf 1 augustus 2009 hele dagen kon werken zonder urenbeperking.
Appellante voerde aan dat er op die datum wel degelijk sprake was van een aanzienlijke urenbeperking, onderbouwd met protocollen en richtlijnen voor burn-out die volledige rust voorschrijven. Diverse medische rapporten gaven aan dat haar aandoening ernstig was en dat zij met adequate behandeling geleidelijk kon hervatten, maar dat er geen sterke energetische belemmering was die urenbeperking rechtvaardigde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het standpunt van het UWV onvoldoende gemotiveerd was. Het expertiserapport en de motivering van de verzekeringsarts wezen op een ernstige aandoening die geleidelijke werkhervatting vereist, waardoor het besluit niet voldeed aan de motiveringsplicht van artikel 7:12 Awb Pro.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken het besluit te herstellen of een nieuwe beslissing te nemen, zodat het geschil definitief kan worden beslecht.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit over de urenbeperking te herstellen of een nieuwe beslissing te nemen wegens onvoldoende motivering.