ECLI:NL:CRVB:2015:4758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-verblijf op uitkeringsadres en onvolledige informatie
Appellant ontving bijstand sinds 2004 en stond ingeschreven op een uitkeringsadres in Amsterdam. Na een melding over een verblijf in Mekka en een schuld bij de gemeente startte de Dienst Werk en Inkomen een onderzoek naar zijn woon- en leefsituatie. Dit onderzoek omvatte dossieronderzoek, gesprekken, onaangekondigde huisbezoeken, buurtonderzoek en informatie van de woningbouwvereniging.
Op basis van deze bevindingen trok het college de bijstand met ingang van 1 mei 2011 in, omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant daadwerkelijk op het uitkeringsadres verbleef en hij onvolledige informatie had verstrekt. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan wel op het adres te hebben verbleven en overhandigde getuigenverklaringen. De Raad oordeelde dat deze verklaringen onvoldoende en inhoudelijk identiek waren, en dat het buurtonderzoek en huisbezoek voldoende bewijs boden dat appellant niet op het adres woonde. De Raad bevestigde daarom het besluit tot intrekking van de bijstand en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellant niet op het uitkeringsadres verbleef en onvolledige informatie gaf.