ECLI:NL:CRVB:2015:473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning bijstand met terugwerkende kracht bij herhaalde aanvraag zonder nieuwe feiten
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) met ingang van 14 februari 2010. De eerste aanvraag werd afgewezen vanwege onvoldoende informatie over zijn financiële situatie. Een tweede aanvraag werd gedaan met dezelfde ingangsdatum, maar het college kende bijstand toe vanaf de datum van de tweede aanvraag, 26 januari 2011, en weigerde terugwerkende kracht.
Het college verklaarde het bezwaar ongegrond omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die rechtvaardigen dat eerdere besluiten worden herzien. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van de hoofdregel rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende objectief bewijs leverde van gewijzigde omstandigheden of bijzondere situaties die bijstand met terugwerkende kracht zouden rechtvaardigen.
De Raad benadrukte het onderscheid tussen perioden waarover al besluitvorming heeft plaatsgevonden en perioden daarvoor, waarbij voor het eerste geldt dat nieuwe feiten of omstandigheden moeten worden aangetoond en voor het laatste dat alleen bij bijzondere omstandigheden bijstand met terugwerkende kracht kan worden toegekend.
Omdat appellant hier niet in slaagde, werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De bijstand wordt toegekend vanaf 26 januari 2011 zonder terugwerkende kracht, het hoger beroep wordt afgewezen.