ECLI:NL:CRVB:2015:4714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet-woonachtig zijn op uitkeringsadres
Appellante ontving bijstand op basis van inschrijving op het adres van haar moeder, maar gaf aan niet meer thuis te wonen. Na onderzoek door sociaal rechercheurs werd vastgesteld dat zij vanaf 10 september 2013 feitelijk niet meer op het uitkeringsadres verbleef. Appellante gaf wisselende en niet-onderbouwde verklaringen over haar verblijfplaats, waaronder verblijf bij bekenden, op straat en in een garage.
Het dagelijks bestuur blokkeerde en introk de bijstand vanwege het niet verstrekken van juiste en volledige informatie over haar woonadres, wat essentieel is voor de bijstandsverlening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellante in strijd handelde met haar inlichtingenverplichting en dat het dagelijks bestuur terecht de bijstand introk over de periode van 10 september tot 15 oktober 2013. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd wegens het niet verstrekken van concrete verblijfsgegevens.