ECLI:NL:CRVB:2015:4707
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging bijstand wegens niet-nakomen arbeidsverplichtingen
Appellante ontvangt sinds juni 2011 bijstand en is in het kader van re-integratie gestart met verschillende trajecten gericht op arbeidsinschakeling. Na ziekmeldingen wegens rugklachten is zij aangemeld voor een medisch en arbeidskundig onderzoek, waarna zij verplicht werd deel te nemen aan arbeidsverplichtingen.
In februari 2013 meldde appellante zich ziek tijdens een werkstage bij een centrum voor werknemersvaardigheden, maar zij nam daarna geen contact meer op en hervatte haar werkzaamheden niet. Het centrum beëindigde daarop de werkstage. Het college van burgemeester en wethouders van Schiedam legde een maatregel op tot verlaging van de bijstand met 100% gedurende één maand wegens het niet of onvoldoende gebruikmaken van de voorziening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellante verwijtbaar heeft gehandeld door niet tijdig te hervatten en niet te reageren op oproepen, en dat de maatregel niet disproportioneel is. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% gedurende één maand wordt bevestigd wegens verwijtbaar niet gebruiken van de werkstage.