ECLI:NL:CRVB:2015:4674

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 december 2015
Publicatiedatum
21 december 2015
Zaaknummer
15/230 AOW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens ontbreken bewijs griffierechtbetaling in hoger beroep AOW

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een AOW-zaak. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald en appellant niet aannemelijk maakte dat hij niet in verzuim was.

Appellant heeft vervolgens verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en gesteld dat het griffierecht wel was betaald. De Raad heeft dit verzet behandeld, maar appellant heeft geen bewijsstukken overgelegd ter onderbouwing van zijn stelling.

De Raad oordeelt dat appellant geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die tot een andere conclusie leiden dan de eerdere uitspraak. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond en wijst het af zonder proceskostenveroordeling.

Deze uitspraak bevestigt het belang van tijdige betaling van griffierechten in bestuursrechtelijke procedures en de strikte toepassing van ontvankelijkheidsvereisten.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat appellant geen bewijs heeft geleverd van betaling van het griffierecht.

Uitspraak

Datum uitspraak: 10 december 2015
15/230 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 13 november 2014, 14/4812 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: R.G. van den Berg
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 26 juni 2015 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald, en redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In verzet heeft appellant aangevoerd dat hij het griffierecht wel heeft betaald.
De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de uitspraak van 26 juni 2015 onjuist is. Appellant heeft zijn stelling niet met bewijsstukken onderbouwd.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal,
De griffier De voorzitter
(getekend) R.G. van den Berg (getekend) T.G.M. Simons

HD