ECLI:NL:CRVB:2015:4573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV onzorgvuldig heeft gehandeld bij de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid en dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn psychische en lichamelijke aandoeningen. Hij stelde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) niet adequaat zijn situatie weerspiegelt en dat er ten onrechte geen aanvullende medische informatie is ingewonnen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de overwegingen van de rechtbank dat het UWV voldoende medisch en arbeidskundig onderzoek heeft verricht. De verzekeringsartsen hebben hun oordeel gebaseerd op uitgebreide onderzoeken en niet uitsluitend op de psychiatrische expertise uit 2013. De Raad ziet geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen.
Verder oordeelt de Raad dat de geselecteerde functies passend zijn voor appellant, zoals onderbouwd in de arbeidsdeskundige rapporten. Het verzoek om schadevergoeding wegens materieel en immaterieel leed, alsmede wegens overschrijding van de redelijke termijn, wordt afgewezen. De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geen WIA-uitkering ontvangt.