ECLI:NL:CRVB:2015:4529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig productiemedewerkster, meldde zich ziek met hoofdpijn- en psychische klachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering. Dit besluit werd in bezwaar en beroep door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en haar beperkingen werden onderschat. De Raad oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was, de beperkingen adequaat waren vastgesteld en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) correct was aangepast.
De arbeidsdeskundige motiveerde de geschiktheid van voorbeeldfuncties passend bij appellantes beperkingen. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan ongewijzigd omdat de mate van arbeidsongeschiktheid onveranderd bleef.
Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellante en moest het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak werd gedaan door P.H. Banda op 11 december 2015.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.