ECLI:NL:CRVB:2015:4506
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, die sinds 2005 arbeidsongeschikt is door een onderbeenfractuur en psychische klachten, vroeg in 2012 een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Zowel bezwaar als beroep bij de rechtbank waren ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat zijn beperkingen werden onderschat. Hij stelde ernstig beperkt te zijn en niet in staat om de voorgestelde functies te vervullen. Tevens verzocht hij om benoeming van een onafhankelijk medisch deskundige.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, met rapporten die de beperkingen van appellant inzichtelijk en overtuigend motiveren. De arbeidskundige rapporten toonden aan dat appellant met zijn beperkingen de geduide functies kan vervullen. Er was geen aanleiding voor benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en veroordeelt het UWV in de proceskosten.