ECLI:NL:CRVB:2015:4496
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA-vervolguitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant was werkzaam als loodsmedewerker/heftruckchauffeur en viel uit wegens schouderklachten na een bedrijfsongeval. Hij ontving een loongerelateerde WGA-uitkering en het UWV stelde vast dat hij recht had op een WGA-vervolguitkering wegens 35 tot 80% arbeidsongeschiktheid.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met zijn diverse gezondheidsklachten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de verzekeringsartsen de beperkingen adequaat hadden vastgesteld en dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd medisch geschikt waren. Nieuwe medische informatie gaf geen aanleiding tot twijfel over de juistheid van het besluit. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 december 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot toekenning van de WGA-vervolguitkering bevestigd.