ECLI:NL:CRVB:2015:4438
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-pensioen wegens niet-verzekerde jaren door onvoldoende bewijs ingezetenschap en arbeid in Nederland
Appellant vroeg in december 2013 een AOW-pensioen aan en stelde dat hij van september 1964 tot januari 1973 in Nederland had gewoond en gewerkt. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) onderzocht dit en vond geen bewijs van inschrijving of loondienst in die periode. De Svb kende daarom slechts 84% van het AOW-pensioen toe.
Appellant maakte bezwaar en stelde in hoger beroep dat hij wel degelijk in Nederland werkzaam was geweest. Hij overlegde verklaringen ter ondersteuning, maar deze waren summier en boden geen controleerbare gegevens. De gemeenten Amsterdam en Aalsmeer konden geen inschrijving bevestigen, en het pensioenfonds en schakelregister leverden geen aanvullende informatie.
De Raad oordeelde dat appellant niet had bewezen dat hij gedurende het geschilperiode ingezetene was of in loondienst werkte en dat de verklaringen onvoldoende waren om dit aan te nemen. Ook het feit dat appellant zonder geldige verblijfstitel verbleef en terugkeerde naar Marokko in 1971, sprak tegen ingezetenschap.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de korting op het AOW-pensioen bevestigd.