ECLI:NL:CRVB:2015:4432
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde AOW-toeslag wegens inkomen partner
Appellant ontving een AOW-toeslag die mede afhankelijk is van het inkomen van zijn partner. Na melding van het inkomen van de partner in maart 2012 en het aanleveren van een loonstrook, herzag de Sociale Verzekeringsbank (Svb) de toeslag en vorderde € 2.115,06 terug wegens te veel betaalde toeslag.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en bevestigde de terugvordering. In hoger beroep stelde appellant dat de terugvordering onterecht was, maar de Raad oordeelde dat het voor appellant redelijkerwijs duidelijk had kunnen zijn dat hij te veel toeslag ontving. Het beleid van de Svb werd als consistent en correct toegepast beoordeeld.
Er waren geen bijzondere omstandigheden die een beperking van de herziening rechtvaardigden. Ook waren er geen dringende redenen om af te zien van terugvordering, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij door de terugvordering onder het bestaansminimum zou komen. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van € 2.115,06 te veel betaalde AOW-toeslag en wijst het hoger beroep af.