ECLI:NL:CRVB:2015:4419
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand na niet verstrekken bankafschriften
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB. Na een onderzoek van de sociale recherche werd vastgesteld dat appellante meerdere bankrekeningen had, waarvan het dagelijks bestuur op de hoogte was. Bij besluit van 25 juni 2013 werd het recht op bijstand opgeschort en later, bij besluit van 7 augustus 2013, ingetrokken omdat appellante niet binnen de gestelde termijn de gevraagde bankafschriften had ingeleverd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat zij niet tijdig kon beschikken over de gevraagde gegevens en dat de sanctie niet proportioneel was. De Raad oordeelde dat de bankafschriften relevant zijn voor de beoordeling van het recht op bijstand en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet over de gegevens kon beschikken binnen de hersteltermijn.
Verder stelde de Raad dat het feit dat het dagelijks bestuur al op de hoogte was van de bankrekeningen appellante niet vrijstelde van haar informatieplicht, met name over mutaties in de zes maanden voorafgaand aan de opschorting. Ook werd bevestigd dat intrekking van bijstand een dwangmiddel is en geen bestraffende sanctie, waardoor een afstemming op de ernst van de overtreding niet vereist is.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Vergoeding van schade en proceskosten werden afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.