ECLI:NL:CRVB:2015:4349
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen zoektijd bij bijstandsaanvraag
Appellant ontving tot november 2012 bijstand en meldde zich in mei 2013 opnieuw om bijstand aan te vragen. Het college stelde een zoektijd van vier weken in voordat de aanvraag kon worden ingediend, met de eis om actief te solliciteren. Appellant maakte bezwaar tegen deze zoektijd, maar het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat met de latere toekenning van bijstand het belang zou zijn komen te vervallen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de zoektijd leidde tot vertraging in de uitbetaling van bijstand en daardoor schade door rente- en incassokosten. De Raad oordeelde dat de zoektijd een procedurele beslissing is die niet vatbaar is voor bezwaar, tenzij deze appellant rechtstreeks in zijn belang treft.
Omdat appellant ouder was dan 27 jaar, bestond er geen wettelijke grondslag voor de zoektijd en was hij niet gebonden aan de datumbepaling. Hierdoor werd appellant niet rechtstreeks in zijn belang getroffen. De Raad bevestigde dan ook de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.