ECLI:NL:CRVB:2015:4224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante vordert in hoger beroep een WIA-uitkering, stellende dat haar beperkingen onvoldoende zijn erkend en dat de geselecteerde functies niet geschikt zijn vanwege haar mentale en fysieke klachten.
De rechtbank had het beroep van appellante reeds ongegrond verklaard, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Het verzekeringsgeneeskundig onderzoek is niet onzorgvuldig of onvolledig gebleken. De beperkingen zijn adequaat in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) verwerkt, rekening houdend met diagnoses als ADHD en borderline.
Appellante heeft onvoldoende medische onderbouwing geleverd voor haar bewering van ernstigere beperkingen, waaronder rugklachten. Het IQ van 78, in combinatie met behaalde VMBO- en MBO-diploma’s, leidt niet tot aanvullende beperkingen op het gebied van mentale belastbaarheid.
De geselecteerde functies zijn eenvoudige, routinematige werkzaamheden op een lager opleidingsniveau dan dat van appellante, waardoor zij geacht wordt deze te kunnen vervullen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is, wordt bevestigd.