ECLI:NL:CRVB:2015:4158
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens vermeende gezamenlijke huishouding niet gerechtvaardigd
Appellant ontving bijstand als alleenstaande ouder over de periode 16 juli 2008 tot en met 31 mei 2010. Het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen trok deze bijstand in en vorderde het bedrag terug wegens het vermoeden van een niet-gemelde gezamenlijke huishouding met appellante, die in dezelfde woning zou verblijven.
Na een uitgebreid onderzoek, waaronder getuigenverklaringen van buren, observaties, bankgegevens en verbruiksgegevens van water en energie, stelde de rechtbank het college in het ongelijk vanwege onvoldoende onderbouwing van het bestaan van een gezamenlijke huishouding. Het college voerde aanvullend onderzoek uit, maar de Raad oordeelde dat de nieuwe gegevens en verklaringen onvoldoende bewijs boden om het besluit te handhaven.
De Raad concludeerde dat het college de bewijslast niet heeft gedragen en dat het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand daarom niet standhoudt. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand waren gelaten. De Raad herroept de besluiten van 14 december 2011 en veroordeelt het college in de proceskosten.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wegens onvoldoende bewijs van gezamenlijke huishouding en herroept de besluiten van 14 december 2011.