ECLI:NL:CRVB:2015:4138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 19 november 2013
Appellante meldde zich in 2007 ziek met psychische en lichamelijke klachten en kreeg een WIA-uitkering wegens 80-100% arbeidsongeschiktheid. In 2013 meldde zij zich opnieuw ziek, maar het UWV stelde vast dat zij per 19 november 2013 minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor het recht op uitkering verviel. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het onderzoek van de verzekeringsarts onzorgvuldig was en dat haar beperkingen onjuist in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) waren vastgesteld. De Raad oordeelde dat de rapporten van de verzekeringsarts zorgvuldig en concludent waren en dat appellante onvoldoende had onderbouwd dat deze onjuist waren, ook niet met een medisch rapport.
Verder stelde de Raad vast dat de geselecteerde functies medisch passend waren, ondersteund door arbeidsdeskundige rapporten. Gezien deze bevindingen werd het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WIA-uitkering per 19 november 2013 wordt bevestigd omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt was.