ECLI:NL:CRVB:2015:4112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op IVA-uitkering wegens ontbreken medische eindsituatie
Appellant vordert in hoger beroep toekenning van een IVA-uitkering op grond van de Wet WIA, stellende dat zijn arbeidsongeschiktheid duurzaam is toegenomen sinds 1 februari 2013. Het UWV heeft dit afgewezen en een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend, stellende dat appellant volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is. De rechtbank heeft het besluit van het UWV bevestigd, waarbij werd geoordeeld dat de medische rapporten van de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts voldoende zijn en dat geen medische eindsituatie is bereikt.
Appellant bracht een psychiatrisch verslag in, maar dit leverde geen aanleiding op het oordeel van de verzekeringsartsen te herzien of een onafhankelijke deskundige te benoemen. De Raad overweegt dat de psychische klachten behandelbaar zijn en dat de medische beoordeling van het UWV in overeenstemming is met de wetgeving en jurisprudentie. De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het beroep af.
De zitting vond openbaar plaats, ondanks het verzoek van appellant tot gesloten deuren, omdat de gronden daarvoor onvoldoende zwaarwegend waren. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 november 2015.
Uitkomst: Appellant krijgt geen IVA-uitkering omdat geen sprake is van duurzame arbeidsongeschiktheid.