ECLI:NL:CRVB:2015:4084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding fraudevorderingen WWB wegens niet voldoen aan aflossingsvoorwaarden
Appellante had twee openstaande fraudevorderingen bij het college van burgemeester en wethouders van Tilburg ter waarde van €43.906,82. Zij verzocht op 25 februari 2013 om kwijtschelding van deze vorderingen, maar dit verzoek werd bij besluit van 15 maart 2013 en na bezwaar op 4 juli 2013 afgewezen. Het college beriep zich op de verordening van 1 juli 2012, waarin geen kwijtschelding meer mogelijk is voor fraudevorderingen, en stelde dat appellante niet voldeed aan de voorwaarde van 60 termijnen onafgebroken aflossen naar draagkracht.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigde het bestreden besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen ervan, stellende dat appellante niet aan de aflossingsvoorwaarden voldeed. Appellante stelde in hoger beroep dat zij minimaal 36 maanden naar draagkracht had afgelost en dat deze termijn ook voor fraudevorderingen zou moeten gelden. Tevens betwistte zij de toerekening van bepaalde aflossingen aan boete en incassokosten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de 36-maandelijkse termijn alleen voor niet-fraudevorderingen geldt en dat voor fraudevorderingen 60 termijnen onafgebroken aflossing vereist zijn. De Raad onderschreef dat appellante niet aan deze voorwaarde voldeed, ook na beoordeling van de door haar aangevoerde brieven. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding van fraudevorderingen bevestigd.