ECLI:NL:CRVB:2015:4011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante viel uit haar werk als schoonmaakster wegens gewrichts- en energetische klachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde een WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig was en dat het belastbaarheidsonderzoek van UW Reïntegratie meer betekenis had dan erkend.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd, waarbij alle klachten en medische stukken zijn betrokken. De beperkingen zijn adequaat weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Het belastbaarheidsonderzoek is uitgevoerd in een ander kader en is niet direct relevant voor de WIA-beoordeling.
Het verzoek tot aanvullend onderzoek door een revalidatiearts werd niet noodzakelijk geacht. De Raad concludeerde dat appellante in staat is de geduide functies te vervullen en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak dat zij geen recht heeft op een WIA-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.