ECLI:NL:CRVB:2015:4009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WIA-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80%
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV waarin zijn arbeidsongeschiktheid per 22 oktober 2012 werd vastgesteld op 35 tot 80%. De rechtbank Limburg vernietigde het bestreden besluit voor het onderdeel dagloon en stelde dit vast op €156,53, maar verklaarde het bezwaar voor het overige ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen, waaronder slaapstoornissen, depressie en agressiviteit, onvoldoende waren meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsarts het rapport zorgvuldig had opgesteld en dat de beperkingen, inclusief medicatiegebruik, adequaat waren verwerkt in de FML. De door appellant aangevoerde aanvullende beperkingen werden niet aannemelijk gemaakt, mede omdat de door hem overgelegde medische verklaringen geen betrekking hadden op de relevante datum. Ook was er geen aanleiding voor het inschakelen van een deskundige.
Verder werd geoordeeld dat het UWV terecht nieuwe functies had aangedragen in de bezwaarprocedure, wat niet in strijd was met het vertrouwensbeginsel. De Raad bevestigde dat appellant niet geschikt was voor zijn eigen werk vanwege urenbeperkingen, maar dat dit niet impliceerde dat de FML onvoldoende rekening hield met zijn beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee het bestreden besluit in stand bleef voor zover niet vernietigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.